Clicky

Door januari 16, 2014 2 Reacties Lees meer →

Hoe krijg je social learners in beweging?

Social learning in organisaties heeft vaak te maken met het in beweging brengen van de juiste mensen. Maar hoe breng je mensen online in beweging, zodat ze ook daar hun kennis gaan delen?  Wat is daarvoor nodig? Een online (leer)omgeving is een goed begin. Maar, als er van de deelnemers geen actie wordt verwacht, kun je je afvragen wat het doel is van de online (leer)omgeving.

Waar ligt de focus in de omgeving? Als er geen focus is, wat is dan het doel van de omgeving? Of wat is het doel van het delen van kennis? Hoe raken deelnemers geïnspireerd om kennis te delen? Wil je deelnemers in een leeromgeving in beweging brengen, dan kun je het beste een beroep doen op dat wat hen in beweging brengt, hun motivatie.

Intrinsieke motivatie

Motivatie doet mensen handelen in en door een context. Bij intrinsieke motivatie doet iemand iets, omdat het interessant of leuk is. Bij social learning, en eigenlijk bij elke vorm van leren, wil je dat deelnemers een motivatiepatroon gaan vertonen dat zo veel mogelijk kenmerken vertoont van intrinsieke motivatie. Volgens sommige wetenschappers (o.a. Deci en Ryan, 2000) is intrinsieke motivatie van nature bij de mens aanwezig, omdat mensen een aangeboren actieve groeitendens hebben. Deze komt alleen tot uiting wanneer mensen in een stimulerende omgeving vertoeven.

In een (online) leeromgeving betekent het dat deelnemers optimaal zullen functioneren wanneer ze  uitgedaagd worden en als ze de ruimte krijgen om zich met boeiende activiteiten bezig te houden.

Autonomie, verbondenheid en competentie

Gagné en Deci ( 2005) beargumenteren dat drie psychologische basisbehoeften aan de basis liggen van intrinsieke motivatie. Deze zijn  autonomie, verbondenheid en competentie.  Autonomie verwijst naar de wens om psychologisch vrij te kunnen handelen, vanuit de  eigen interesses en waarden. Verbondenheid verwijst naar de wens om positieve relaties op te bouwen met anderen, zich geliefd en verzorgd te voelen en zelf voor anderen te zorgen. Men wil het gevoel hebben sociaal verbonden te zijn met anderen, tot een groep te horen.

Competentie komt voort uit de gedachte dat mensen zijn geboren met de wil om de omgeving te beïnvloeden, te controleren en mogelijkheden te creëren. Mensen willen doeltreffend met de omgeving omgaan. Ze willen het gevoel hebben dat hun interactie met de omgeving effectief is. Hierdoor zullen ze mogelijkheden zien om hun capaciteiten te benutten. Het moet voor deelnemers dus mogelijk zijn hun leeromgeving  te exploreren, begrijpen en beheersen. Als ze zich competent voelen in de leeromgeving zullen ze zich ontwikkelen en ze zullen zich flexibel aanpassen aan veranderingen in de leeromgeving.

Extrinsieke motivatie

Maar als deelnemers niet intrinsiek gemotiveerd zijn om zich bezig te houden met social learning?
Wat vaak wordt aangenomen is dat extrinsieke motivatie niet voldoende is om deel te nemen aan social learning. Dit ligt gelukkig wat genuanceerder. Als deelnemers zich verbonden voelen met elkaar, zullen ze geneigd zijn meer met elkaar te delen. De kwaliteit van de motivatie zal toenemen naarmate de deelnemers zich de waarden van hun leeromgeving eigen maken.

Bij deze vorm van extrinsieke motivatie, integration, hebben personen volledig het gevoel dat het gedrag een gedeelte is van hun eigen identiteit en uitgaat van hun eigen waarden. Integratie vertoont veel overeenkomsten met intrinsieke motivatie. Net zoals bij intrinsieke motivatie is bij geïntegreerde extrinsieke motivatie sprake van een grote mate van autonomie.

Self-efficacy

Motivatie doet deelnemers dus handelen in een leeromgeving. Een belangrijk aspect daarbij is in hoeverre de deelnemer zich in staat acht adequaat te handelen in de betreffende leeromgeving. Een verklaring hiervoor wordt gegeven door de Self-efficacy Theory (Bandura, 1986). Self-efficacy kun je zien als  het geloof dat deelnemers hebben in het competentieniveau dat zij zullen vertonen in de leeromgeving. Je kunt dit ook zien als de overtuiging die de deelnemers hebben over hun vermogen om een bepaalde taak in de leeromgeving uit te voeren. Deelnemers denken vooruit over hun acties om iets te bereiken.

Daarnaast monitoren ze zichzelf en reguleren ze hun acties. Ze reflecteren op hun self-efficacy. Afhankelijk van wat ze waarnemen, passen ze hun acties aan. Een belangrijke constatering daarbij is dat dit beeld, deze ervaren self-efficacy, tot op zekere hoogte belangrijker is voor de prestaties van de deelnemer dan zijn daadwerkelijke capaciteiten. Het beeld van self-efficacy kan vanuit verschillende bronnen ontstaan:

  • het leren beheersen van de betreffende taak of opdracht
  • de indirecte, ervaringen van de effecten die voortkomen uit de acties van andere deelnemers
  • de verbale aanmoedigingen van andere deelnemers, waarbij het essentieel is dat deze aanmoedigingen door de lerende als reëel worden gezien;
  • de psychologische toestand waarin de deelnemer verkeert (zaken als angsten, stress en gemoedstoestanden spelen hierbij een rol)

Self-efficacy van deelnemers speelt dus een belangrijke rol bij het deelnemen aan activiteiten in een online leeromgeving. In een online leeromgeving ontbreekt vaak de veiligheid uit besloten klaslokaal. Alles dat je als deelnemer doet wordt automatisch door anderen, soms onbekenden, gezien en beoordeeld. Je zou kunnen concluderen dat hoge self-efficacy van deelnemers een positief effect heeft op hun deelame. Zij zullen dus meer gericht zijn op social learning.

De oplossing?

De oplossing lijkt simpel: wil je social learning aanbieden met het oog op een bepaald doel? Zorg er dan voor dat dit doel gedeeld worden door de deelnemers en richt je daarna op het bevorderen van de self-efficacy van de deelnemers.

Geplaatst in: Blogs, Home
Anne Hoosten

Over de Auteur:

Als HRD adviseur ondersteunt Anne Hootsen organisaties bij het ontwerpen, ontwikkelen en implementeren van opleidingen en online leeromgevingen. Dit doe zij het liefst samen met de medewerkers in de organisatie, ervan overtuigd op die manier draagvlak te creëren voor de verandering die je op gang wilt brengen. Want zonder draagvlak geen verandering. Op dit moment volgt Anne de Master Educational Science and Technology aan de Universiteit van Twente.

2 Reacties

  1. Beste Anne,

    Altijd leuk een discussie over motivatie. Ik wilde graag twee opmerkingen maken. De eerste is wat plat van aard: volgens mij zijn social learners al in beweging (contradictio in terminis). Zij hebben volgens mij al de neiging om te leren via onder meer delen. (sommigen reageren op social learners net als in de groep in de trant van daar heb je hem of haar weer) Het is dus een heel interessante vraagstuk voor de groep die op de drempel staat om social learner te worden.

    Ander punt dat ik wil maken is dat je de self efficacy van deelnemers ook relatief kan verhogen door de leeromgeving wel veiliger te maken. Dat gebeurt ook steeds meer. Als je in Moodle bijvoorbeeld ziet hoeveel er met rollen te scheiden is, dan kunnen docenten van eenzelfde training/opleiding maar docent zijn bij andere groepen al niet meer naar elkaars studenten kijken, dus dat lijkt de goede kant op te gaan. Voor cursisten/studenten was dat al het geval. Dan is het nog wel een uitdaging of we dat gevoel van veiligheid over kunnen brengen op de lerenden zodat ze daarmee al eerder het gevoel krijgen dat hun bijdrage er toe doet. Dat lijkt me dus ook onderdeel van de ‘simpele’ oplossing.

    Hoe kijk jij hier naar?

    Groeten,
    Fons van Rooijen

  2. Anne Hootsen zegt:

    Beste Fons,

    Dank voor jouw reactie. Het gaat mij ook om de groep die op de drempel staat om social learner te worden. En inderdaad, ik denk ook dat je door de omgeving veiliger te maken hun self efficacy kunt verhogen. Maar hoe breng je het gevoel van veiligheid ‘online’ over? En hoe breng je over dat elke bijdrage er toe doet? Dat is de uitdaging die ik steeds weer aanga als begeleider van online groepen. En die uitdaging is toch weer anders dan in een klaslokaal. Omdat je elkaar niet ziet, werkt de ‘bemoedigende of goedkeurende blik’ niet. Ik benadruk naar de deelnemers daarom altijd ook het belang van positief reageren op elkaar. En ik probeer de discussie of het gesprek op gang te houden door uitnodigende open vragen te stellen.

    De vraag die mij echter altijd bezighoudt: Hoe breng je het gevoel van veiligheid ‘online’ over?

Plaats een reactie

Please insert the signs in the image:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF