Clicky

Door augustus 14, 2013 0 Reacties Lees meer →

Lifelong Learning in de praktijk: 5 situaties

Lifelong Learning is een begrip dat enige uitleg vraagt. Het lijkt namelijk al tijden te worden gebruikt als ‘argument’ of als ‘verklaring’ voor waarom en door wie er geleerd wordt. Is het een politieke beslissing? Of is het juist een drive van mensen zelf. De waarheid ligt waarschijnlijk in het midden. In dit stuk wil ik hierop geen antwoord geven maar een kort idee geven wat het begrip in kan houden en hoe daar in de huidige ‘sociale’ samenleving mee om kan worden gegaan.

Allereerst verwijs ik graag naar het Handboek Effectief Opleiden (september 2011) dat in een specifiek artikel uitgebreid op dit onderwerp ingaat: ‘Lifelong Learning: wat is het en waarom?’

In het artikel gaat dr. T. van Dellen eerst in op het waarom van Lifelong Learning:
Lifelong learning wordt als uiterst noodzakelijk gezien in de huidige Nederlandse samenleving. Anno 2011 is Nederland namelijk niet alleen een kennissamenleving, maar ook een informatiesamenleving (Castells, 1998), een (sociale) netwerksamenleving, een multi-etnische samenleving, een lerende samenleving (Van Damme, 2000), een risicosamenleving (Beck, 1986) en volgens sommigen zelfs een hysterische samenleving (deze opsomming is waarschijnlijk niet eens volledig). De postmoderne tijd wordt blijkbaar op vele manieren geduid (Lash, 2002). Dit alles maakt dat het begrip lifelong learning
zowel nodig is als misschien ook wel precair is gezien de diversiteit aan ontwikkelingsperspectieven.

Kortom, de samenleving is zo dynamisch en druk, dat vraagt om een nieuwe manier van leven en daarbij hoort kennelijk het leren. Wordt vervolgd.

Vervolgens een ‘simpele’ definitie:
Een praktische definitie van lifelong learning is door de Europese Commissie (2000) geformuleerd: ‘Alle activiteiten die gedurende het hele leven ontplooid worden om kennis, vaardigheden en competenties vanuit een persoonlijk, burgerlijk, sociaal en/of werkgelegenheidsperspectief te verbeteren’.

Dit is kort door de bocht als je het naast de uitgebreidere definitie legt die hierop volgt in het document, maar die laat ik hier nu bewust achterwege om het verhaal niet moeilijker te maken dan het is, het leven is al informatief en dynamisch genoeg.

Om de breedheid van het begrip aan te geven: ‘Alle activiteiten’ voor ‘kennis, vaardigheden en competenties’ vanuit drie perspectieven. In het artikel gaat Van Dellen vrij wetenschappelijk, met voorbeelden en categorieën in op de invulling hiervan. Ik zal het proberen te versimpelen.

5 Situaties

Van Dellen beschrijft  5 situaties als voorbeeld van Lifelong Learing:

  1. Young professionals – vrijheid in leren ter ontplooiing
  2. Laag opgeleide jonge werknemers – gedwongen leren ter kwalificatie
  3. Immigranten – gedwongen voor Nederlanderschap
  4. ‘Sociaal achtergestelden’ – Lezen en schrijven om niet helemaal aan de rand van de samenleving te raken
  5. Bedrijfsopleidingen – voor beter werkgeverschap in tijden van ‘jobhopping’

Nu is in al deze situaties af te vragen: wie ie hier bij gebaat? Opleider, organisatie of opgeleide? Is het – dus – vrijwillig of niet? Om wat voor studie of cursussen gaat het? Hoe wordt dit aangeboden en hoe belangrijk is het sociale aspect hierbij?

Deze vragen zal ik aan de hand van bovenstaande situaties trachten te beantwoorden, mede op basis van het artikel van Van Dellen.

Young professionals

Hier is duidelijk dat de young professional zelf het meest gebaat is bij leren. Hij kan zich verder ontplooien en krijgt daarmee nog meer vrijheid voor zijn verdere carrière. De studies zullen postmasters zijn en veela specifiek vakgerelateerd/beroepsgericht. Dus gestructureerd en De studies worden dus gestructureerd en formeel worden aangeboden. Aangezien de young professional zelf de touwtjes in handen heeft, wil hij zelf kunnen kiezen waar en hoe hij kan leren. E-learning zal hier een grote rol kunnen spelen, waarbij aangetekend dat het sociale aspect niet onbelangrijk zal zijn. Immers spiegelt deze groep zich graag aan anderen, plus zal willen leren van anderen dan de opleider zelf, of andersom; zal zijn kennis willen overdragen aan medestudenten.

Laag opgeleide werknemers

Zij zijn om uitzicht te houden op werk min of meer genoodzaakt om vakgerelateerde studies te volgen. Lifelong Learning krijgt hier een betekenis die minder positief lijkt voor deze cursist, immers zij hadden school toch al verlaten, al dan niet met diploma, om te gaan werken en geld te verdienen? Nu kan het in mijn ogen goed dat een ander soort motivatie de kop opsteekt, die eerder nog niet aanwezig was. Hierdoor kan het met de motivatie, ondanks dat de cursus ‘verplicht’ wordt door de werkgever, wel goed zitten.
Bijvoorbeeld om goed te worden in een specifieke vaardigheid.

De opleider hier is vaak een samenwerkingsverband tussen bedrijven en opleidingsinstituten zoals ROC’s. Het sociale aspect bij deze opleidingen zal in eerste instantie geen grote rol spelen, maar kan met name bij goede inzet een motiverende rol spelen. ‘Voor de werkgever hoef ik het niet te doen, maar wel voor mezelf en dat wil ik graag delen met mijn studiegenoten’

Immigranten

De immigranten volgen verplichte cursussen om ‘sociale cohesie en burgerschap te bevorderen’. Dit wordt aangeboden door formele instanties die diploma’s uitreiken die noodzakelijk zijn voor een langer verblijf. De motivatie is voor een groot deel afhankelijk van de wil om te integreren. Hierbij spelen natuurlijk factoren als beperkte sociale omgeving en intelligentie  een rol. Daarbij kunnen medecursisten hoe dan ook zorgen voor een stimulans. De formele opleidingsinstantie zal hier een rol kunnen spelen door de cursisten zich bijvoorbeeld van elkaar te laten leren. De sociale functie van opleiden is hierin misschien nog ondergewaardeerd.

Sociaal achtergestelden

Van Dellen noemt het alphabetiseringscursussen die vooral in Aziatische landen een klassieker zijn wat betreft volwassenenonderwijs. Het gaat hier om het noodzakelijk opkrikken van basale vaardigheden om te voorkomen dat de deelnemers afglijden naar de absolute rand van de samenleving. De formele opleiders die de ‘empowerment’ voor deze groep verzorgen zijn dus bijna verplicht om het niet te laten bij alleen praktische vaardigheden als lezen en schrijven, maar ook de sociale vaardigheden te stimuleren.

Bedrijfsopleidingen

Zoals Van Dellen het beschrijft gaat het hier om de angst om werknemers te verliezen. Zij bieden daarom zelf cursussen aan om mensen te binden. Het gaat hier om informeel opleiden waarbij het ‘omscholen’ op de werkplek een grote rol speelt. Het aanbieden van doorgroeimogelijkheden is dus duidelijk een kolfje naar de hand van de HR-afdeling. De werknemers zullen hierdoor niet automatisch gemotiveerd zijn. Er zal in deze tijd waarschijnlijk iets meer in moeten zitten dan bijvoorbeeld het vooruitzicht van een vast contract. Hoe het sociale learning-aspect hier een rol in kan vervullen is nu de vraag. Je zit immers altijd al met je collega’s om je heen.

Deel ervaringen uit de praktijk

Zoals gezegd is dit slechts een korte beschrijving, ver van de zijlijn, en verwijs ik graag naar het Handboek voor een meer wetenschappelijk benadering. Het doel is nu vooral tot denken te zetten wat voor soort onderwijs in welke situatie moet en kan worden aangeboden. Daarom ben ik heel benieuwd hoe jij als expert op het gebied van onderwijs daarover denkt en welke ervaringen er in de praktijk zijn. Laat het hier weten.

Geplaatst in: Blogs, Home

Over de Auteur:

Plaats een reactie

Please insert the signs in the image:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF