Clicky

Online leren rammelt aan de frames

Ik heb al eens eerder geschreven over het meenemen, begeleiden en ‘verleiden’ van docenten en begeleiders van leertrajecten in online leren. Collegablogger Hedwig schreef een overzichtelijk 3-stappenplan om van beoogd doel naar online leren te komen. Ik merk dat als je samen met mensen werkt die minder ingevoerd zijn in het denken in en de (on)mogelijkheden van online leren, dat dat vraagt om een extra tussenstap.

Webinars als substituut

De laatste jaren zijn de technische mogelijkheden om webinars te volgen en verzorgen veel laagdrempeliger geworden. Thuis beschikt bijna iedereen over ruim voldoende internetverbinding om zonder schokken en haperen naar videobeelden te kijken. Veel organisaties maken gebruik van geavanceerde of zelf gratis beschikbare applicaties om webinars te verzorgen. Dat maakt dat iedereen wel bekend is met het fenomeen webinar.

Als ik in het kader van blended leertrajecten en de principes van ‘flip the classroom’ de suggestie doe om ‘iets’ online te gaan doen, stellen docenten ook altijd onmiddellijk een webinar voor.
En daarin triggert de volgende vraag mij: wat maakt nu toch dat een webinar altijd als eerste en enige suggestie tevoorschijn komt? Is dat nu die bekendheid?

Gelijkenis met face-2-face

Dat is het volgens mij niet alleen. Het antwoord is eigenlijk heel simpel. Een webinar lijkt het meest op wat docenten face-2-face ook doen, alleen zitten de deelnemers niet allemaal in een zaaltje op de hei, maar thuis op de bank, in hun werkkamer, op kantoor etc. Het format is echter hetzelfde: de docent houdt een verhaal, geïllustreerd met sheets, en er is gelegenheid tot het stellen van vragen, simpel gezegd.

Met andere woorden : webinars passen in het basisframe van de docent. Ze vormen de online vertaling van zijn idee over wat er van hem wordt verwacht.

Opvatting over leren

Impliciet zit er ook een opvatting over leren en lerenden achter, namelijk; het leren start pas als er eerst input is geweest, en lerenden ‘slaan pas aan’ als de docent er eerst iets in heeft ‘gegoten’. Dat is interessant, want zodra je 5 minuten doorpraat met diezelfde docent, dan blijkt dat ze veel rijkere opvattingen over leren en hun eigen rol te hebben dan dit. Dan blijken ze veel waarde te hechten aan hun eigen leervragen, aan actuele praktijkervaringen en aan vraagstukken die weer nieuwe leervragen opleveren.

Dan zien docenten hun eigen rol niet meer als aanjager maar als ondersteuner, spiegelaar of confronteerder, die helpt in het expliciteren en verrijken wat er al is. Dan is ineens zenden niet meer van belang, maar de interactie en dialoog, processen van duiding en betekenisgeving en niet alleen met de docent als spin in het web, maar vooral ook de deelnemers onderling. Ofwel de dingen die ze eigenlijk vooral doen, laten doen of in gang zetten wanneer ze face-2-face met groepen werken.

Het nadenken over ‘het nieuwe’ (online leren) zet docenten als het ware terug in de ‘oude’ stand. De eerste impuls is er: er komt een vorm bij die moet lijken op wat ik al doe, maar dan online. En dan de tweede impuls: ik moet nieuwe inhoud over het voetlicht brengen, het basisframe van beginnende docenten zonder pedagogisch-didactische achtergrond.

Ik merk dit zowel bij het nadenken over online elementen die ik wil gebruiken voor, na of tussen face-2-face-bijeenkomsten door.

Webinar van tafel?

Mijn eerste stap is dus altijd het van tafel vegen van dat webinar. Vervolgens verken ik niet zo zeer het doel, maar het soort interactie dat we willen bewerkstelligen. Wat daar het doel van is, wat we daarvoor nodig hebben en wat dan de rol van de docent daar wél – of juist niet – in is.

Vervolgens kijk ik naar de online mogelijkheden die we hebben om dat soort interactie met het beoogde doel te faciliteren. Waarbij ook de vraag van belang is: kan die docent daar mee uit de voeten? De ervaring leert dat het dan meestal razendsnel gaat en docenten er ook lol in krijgen.

Tot slot

Tot ik zelf ook wat ging experimenteren met de vrij beschikbare tools (bijv anymeeting), was ik ook altijd zeer terughoudend in het honoreren van de impuls ‘webinar’. Dit vanwege mijn onmogelijkheden om zoiets met de docenten tot een goed einde te brengen. Inmiddels ben ik daar minder terughoudend in.

Echter in veel gevallen vind ik het nog steeds geen goed idee, als het gaat om het meer blendend maken van leeromgevingen. Ik ben wel blij met het toenemende aantal mogelijkheden om synchroon met beeld met groepjes samen te werken. Ik ben dan ook zeker geen tegenstander van webinars.

Mijn punt is dat veel mensen met wie ik werk, geholpen moeten worden om voor online leren breder te kijken dan te denken aan de optie webinar.

Hoe kijk jij hiertegen aan?

Geplaatst in: Blogs, Home
Marguerithe de Man

Over de Auteur:

Marguerithe de Man werkt bij Sioo als programmamanager: een schaap met 5 poten. Zij houdt zich bezig met de inhoud van programma’s (organisatie-, verander- en interventiekunde), met het ontwerp en de realisatie ervan en met het managen van de tijdelijke werksystemen die daarbij horen. Bovenal typeert zij zich als ontwerper, blijkt ook haar dit jaar verschenen boek ‘De ontwerpfactor, werkboek design thinking voor de veranderaar’. Marguerithe heeft zich de afgelopen tijd veel bezig gehouden met de mogelijkheden van social media bij leren en veranderen en met name die ervaring zal ze hier delen.

5 Reacties

  1. Hoi Marguerithe
    boeiend artikel. En interessant om te lezen dat er vanuit het opleiders andere belemmerende overtuigingen meespelen dan in de zorg (waar ik veel voor werk). Ik heb in f2f bijeenkomsten kleine brokjes selfpaced elearning gebruikt die je als trainer van een groep veel opleveren en die een groep in een versnelling brengt: tijdens de bijeenkomst kun je meer tijd besteden aan samenwerken bijvoorbeeld. Misschien dat kleine stapjes en successen eraan bijdraagt?
    Lijkt me een interessant thema voor een intervisiebijeenkomst voor mensen die zich met elearningontwikkeling bezighouden trouwens..
    Hartelijke groet,
    Hedwig

    • Marguerithe zegt:

      Hallo Hedwig, ik ben heel benieuwd naar die kleine ” brokjes” die te toepast. Dat klinkt leuk. Ik merk dat we allemaal in heel verschillende contexten werken, en dus met andere vragen en uitdagingen geconfronteerd worden. Het lijkt m erg leuk om er een keer dieper op in te gaan, met een paar van de bloggers hier. Bv in intervisie achtige bijeenkomsten. Dan kunnen we daar weer over bloggen. Groet Marguerithe

  2. Ellen Ellen zegt:

    De zin die mij aan het denken zet ” verken ik niet zo zeer het doel, maar het soort interactie dat we willen bewerkstelligen”. Dit klinkt in eerste instantie de verkeerde volgorde (vanuit instructional design perspectief), maar ik vind hem boeiend omdat je out-of-the-box denken kan stimuleren.

    Heb je weleens ervaren dat je bij het formuleren van het doel na de interactie vast te stellen, de interactie toch moet wijzingen? En hoe maak je gesprekspartner bekend met alle andere vomen van online interactie?

    • Marguerithe zegt:

      Hallo Ellen, wat bij die blogs ontbreekt is dat er steeds uitgebreid op de context wordt ingegaan. Die zouden iets meer kader bieden aan wat je leest. Ik werk met professionals, HBO en WO plus, die over het algemeen uit eigen keus en op eigen initiatief deel nemen aan een van onze open leeromgevingen. Professionaliseringsvraag programma’s die meestal een jaar duren en zich kenmerken door diepgaand transformationeel leren. Aan die programma’s verbinden wij een streefbeeld, dat iets zegt over het gewenste profiel. Elke deelnemer baseert daarop zijn of haar eigen doelen. Die gedurende het jaar ook wijzigen. Geformuleerde doelen verdampen omdat ze de essentie niet raken en er komen andere voor in de plaats. Aan de voorkant van onze programma’s doen we een zeer intensieve en serieuze intake. Die bepaalt welke van onze leeromgevingen het best aansluit bij de huidige situatie van de deelnemer , diens context en ambitie. De leeromgevingen zijn bijzonder rijk en gelaagd en kunnen veel variëteit aan. Onder het design als geheel zitten heel wat redeneringen. Wat ik nu aan het doen ben is een van die programma’s meer blended maken. Dat betekent dus dat het design als geheel staat en we dar elementen aan aan het invlechten zijn die wel consequenties hebben voor wat er al is. En met elkaar hebben we dan ook wel zicht op wat we beogen, vandaar dat voor mij leerdoelen in de traditionele zin niet zo relevant zijn. Daarnaast help ik ook collega’s en anderen die ‘ iets’ willen met meer online werken. Dan is het wisselend. Soms zijn daar wel eens globale eindtermen geformuleerd. En ja natuurlijk switch ik dan ook wel van als we dit beogen zouden we dat kunnen doen, maar ook dat. Maar ook daar ben ik wel degene die meer ” tools” en “app” kent. Dat is prima. In die tijdelijke werksystemen werk je juist met elkaar omdat je allemaal iets anders hebt in te brengen aan deskundigheid. Al werkender weg leer je dan van elkaar.

      Overigens ben ik erg van Systemisch ontwerpen, ik schreef ook een boek over Ontwerpen. De OntwerpFactor, werkboek design thinking voor de veranderaar. Daarin schrijf ik ook over het ontwerpen van leeromgevingen. Ik werk cyclisch en iteratief, en laat me per opdracht leiden door en aantal centrale nodes en twee daarvan zijn altijd de ijkpersonen en het streefbeeld.

      Groet Marguerithe

Plaats een reactie

Please insert the signs in the image:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF