Clicky

Hoe te schakelen in online interactie?

Online interactie is veelal geschreven tekst die asynchroon geproduceerd wordt, zoals op een forum, of gesproken synchrone tekst al dan niet met bewegend beeld in skype of andere webconferenties. In beide situaties gaat er informatie verloren die je in F2F-bijeenkomsten wel hebt.

Een experiment en een aantal ervaringen maakte dat ik op een gegeven moment deze tweet verstuurde:

Tweet Marguerithe

Waarop Sibrenne Wagenaar van Ennuonline met de volgende tweet reageerde: ‘Deze uitspraak maakt me wel nieuwsgierig! Ga zo aan je vragen hoe je dat ziet!’

Waarop ik weer reageerde: ‘Dat zijn de 4 niveaus in interactie, die soms f2f al lastig kunnen zijn en online mi nog meer expliciete aandacht nodig hebben.’

De aanleiding: goed communiceren is moeilijk

In een online discussie schreef een van de deelnemers ‘zoals iedereen weet…’ en bracht daarbij technische kennis in; kennis die in dat platform bijna niemand had. Daarvan was hij zich heel wel bewust, maar in zijn tekst ging de toon en de blik waarmee je zoiets in een F2F-situatie zou zeggen verloren. Het gevolg was dat een paar mensen zich zeer ongelukkig voelden.

Experiment

In een experiment dat ik met een aantal collega’s deed, waren we aan het uitzoeken of je in een chatprogramma intervisie met behulp van de 10-stappenmethode kon doen. De inhoud van de oefencasus is dan erg verleidelijk, en in de chat buitelde de teksten over elkaar heen.

Door zeer regelmatig het proces even stil te leggen en om met behulp van de vier niveaus van interactie te onderzoeken of hetgeen we aan het doen waren hielp, ontdekten we gauw het volgende: de beste manier voor intervisie was gebruik te maken van TodaysMeet. We zagen immers de non-verbale signalen van de casusinbrenger niet.

In F2F-situaties is communicatie al erg lastig. Hoe vaak gebeurt het niet dat de echt wezenlijke dingen niet gezegd worden, er irritatie en gedoe is dat onderhuids smeult of dat je met een onbevredigd gevoel de bijeenkomst verlaat? Dat gebeurt heel vaak, eigenlijk vaker dan goed is.

De vier interventieniveaus in communicatie

Kunnen schakelen tussen 1.de inhoud waar hebben we het hier over?,  2. het proces Wat bespreken we in welke volgorde?, 3. de interactie Hoe voeren we dit gesprek met elkaar? en tot slot 4. het gevoel Wat voor emoties of gevoelens houden ons, jou, mij in het hier en nu bezig?, helpt dan enorm. Door te blijven praten over inhoud helpt je vaak niet verder. De deelnemers die ongelukkig werden toen ze dachten dat er van hen een enorme technische inhoudelijke kennis werd verwacht, hadden op een aantal manieren kunnen reageren. Bijvoorbeeld:

  • ‘Ik heb het idee dat we verschillende verwachtingen hebben over de kennis van de techniek die we allemaal hebben. Zouden we het daar over kunnen hebben?’. Deze reactie is een procesvoorstel, je introduceert een extra punt voor het gesprek.
  • ‘Ik  merk dat ik afhaak als jij op deze manier over de techniek begint, ik kan je niet volgen’. Deze reactie is op het niveau van de interactie. De deelnemer laat merken wat het gesprek doet. Meestal vervolg je zo’n reactie met een procedurevoorstel, bijvoorbeeld:  ‘Kan je wat je schreef op zo’n manier uitleggen dat ook leken het kunnen begrijpen?’
  • ‘Als jij zo stellig zegt “zoals iedereen wel weet…” dan voel ik me dom en in de hoek gezet, want ik weet dat helemaal niet’. Dit is een reactie op gevoelsniveau. Bij een emotie als dit is de schrijver meestal niet meer in staat om daar nog een vervolg aan te geven. Die bal ligt dan vaak bij anderen.

Ook als het goed gaat

In dit voorbeeld ging ik even uit van die situatie waarin deelnemers ‘afhaakten’ door een opmerking. Dat kan misschien de indruk geven dat gebruikmaken van de interactieniveaus alleen nuttig is als een gesprek stokt of nare emoties oproept. Dat is niet zo.

  • ‘Ik merk dat ik altijd zoveel energie krijg als een online gesprek zo mooi diepgang krijgt als tussen ons nu gebeurt’, is een voorbeeld van een opmerking op gevoelsniveau.
  • ‘De vragen die je nu net stelde in deze skype helpen mij enorm, ze zetten me echt aan het denken, daarom ben ik even zo stil’, is een opmerking op interactieniveau.

Een korte checkvraag

Mijn tweet ging dus over het vermogen om af en toe even te checken of het nog goed gaat met iedereen, ‘doen we nog het goede en doen we het goed?’ Het is aan facilitator om te reageren op die ‘onzichtbare’ signalen die er zijn als mensen even niet meer aangehaakt zijn, om daar iets mee te doen. Maar ook om, als het lekker gaat in een groep, uit te zoeken welke factor blijkbaar helpt en daarin te onderzoeken of die factor nog versterkt kan worden.

Mijn vraag

Wat zijn signalen die jou als facilitator of deelnemer aan online community’s aangeven of iets goed of minder goed loopt. En wat doe je dan?

Geplaatst in: Blogs, Home
Marguerithe de Man

Over de Auteur:

Marguerithe de Man werkt bij Sioo als programmamanager: een schaap met 5 poten. Zij houdt zich bezig met de inhoud van programma’s (organisatie-, verander- en interventiekunde), met het ontwerp en de realisatie ervan en met het managen van de tijdelijke werksystemen die daarbij horen. Bovenal typeert zij zich als ontwerper, blijkt ook haar dit jaar verschenen boek ‘De ontwerpfactor, werkboek design thinking voor de veranderaar’. Marguerithe heeft zich de afgelopen tijd veel bezig gehouden met de mogelijkheden van social media bij leren en veranderen en met name die ervaring zal ze hier delen.

Plaats een reactie

Please insert the signs in the image:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF