Clicky

Social learning: een ratjetoe aan terminologieën

Op een site die Social Learning Revolution heet mag natuurlijk de vraag: ‘Wat is dat nu: social learning?’ niet ontbreken. Ik doe een voorzichtige aanzet tot een antwoord aan de hand van verschillende terminologieën.

Formeel versus informeel leren

In veel theorie over leren wordt een onderscheid gemaakt tussen formeel, of schools leren, en informeel leren. Varianten daarop (uit: S.Bolhuis: Leren en Veranderen) zijn:

  • Incidenteel versus intentioneel leren. Intentioneel staat voor doelgericht en incidenteel staat voor leren dat slechts zelden en per ongeluk gebeurt.
  • Impliciet versus expliciet leren, waarbij impliciet over de minder bewuste leerprocessen gaat en expliciet over de bewuste leerprocessen die in het onderwijs plaatsvinden.
  • Spontaan versus niet-spontaan leren, waarbij het erop lijkt dat er in onderwijssettings geen spontaan leren kan plaatsvinden.

Zodra er social media betrokken zijn bij leerprocessen, wordt er al snel gesproken over social learning. Een term die zijn oorsprong vindt bij Bandura die al in de jaren 20 van de vorige eeuw sprak over de sociaal-cognitieve leertheorie. Hierin beschrijft hij het leren in de interactie tussen de omgeving, de persoonlijke factoren en het gedrag en het belang van sociaal leren; leren door het waarnemen van gedrag van anderen en dat zelf toepassen. Waarmee de belangstelling voor leren in sociale (formele en informele) verbanden geboren was.

Social learning en social media

Social learning in combinatie met technologie en sociale media is niet iets nieuws, maar gaat om het gebruiken en benutten van de technologische mogelijkheden van vandaag en morgen.

Social learning wordt in de literatuur over social media en leren (Jan Hart) wel veel breder gebruikt dan ‘cursorisch’ leren. Er ligt veel nadruk op ‘workplace leren’ voor kennisdelen en samenwerken aan organisatiegebonden vraagstukken. Dit gebeurt met behulp van social media die de online dialoog en interactie daarover doorgaand faciliteren en die ingebed zijn in het dagelijks werk.

Leertheorie

George Siemens publiceerde begin 2000 zijn connectivistische leertheorie. Met name door de komst van de informatietechnologie en social media voldeden de oude hoofdstromingen, behaviourisme, cognitivisme en constructivisme niet langer. Het connectivisme is gebaseerd op de integratie van principes uit de chaostheorie, netwerktheorie, complexiteit denken, en de principes van zelforganisatie. Een treffende uitspraak is; ‘I store my knowledge in my friends’ of  ‘collecting knowledge through collecting people’.

Het connectivisme berust op het vermogen om te leren door verbindingen te maken. Die hoeven niet per se menselijk te zijn, mits ze betrekkingen aangaan en onderhouden wat cruciaal is voor het leren. Net als het vermogen om connecties te ontdekken tussen velden, ideeën en concepten. Wat dat betreft is het connectivisme – als het aan mij ligt – onlosmakelijk verbonden met het constructivisme.

3 soorten leeromgevingen en opvattingen over leren

  1. De netwerkgedreven leeromgevingen. Er is wel content maar de exploratie en de dialogen en interactie rondom die content is het belangrijkste doel.
  2. De taakgedreven leeromgevingen, waarbij de nadruk ligt op het in vaste volgorde uitvoeren van opdrachten en taken, op basis van de geleverde input, om de vaardigheden die aangeleerd worden te laten zien.
  3. De inhoudgedreven leeromgevingen, waarbij de nadruk ligt op kennisverwerving.

Hierbij heeft elke leeromgeving eigen kenmerkende opvattingen over leren, waarbij de taak- en inhoudgedreven omgevingen het meest ‘schools’ zijn. Deze zijn ook vaker aanbod- dan vraaggestuurd. De netwerkomgevingen lenen zich het best voor social learning. Daar zijn volop rolmodellen aanwezig – iedereen is daar elkaars rolmodel – om een tijdje samen mee op te lopen en van elkaar te leren.

De kwaliteit van het ontwerp

Dat vraagt echter wel iets van de kwaliteit van de interactie. Niet elke webbased omgeving faciliteert social learning. Er zijn een aantal belangrijke vragen en activiteiten in het ontwerpproces die maken of een omgeving succesvol zal zijn of niet:

  • Mensen denken graag in oplossingen: ‘We starten een social learning platform’. De waarom-vraag voor deze oplossing wordt echter minder vaak gesteld, of snel onder het tapijt geveegd. Maar wil je iets neerzetten dat succesvol is dan is het essentieel om die waarom-vraag wel goed te doordenken: ‘Voor welk vraagstuk is dit eigenlijk de oplossing?’ Een basale stap in elk adviesproces.
  • Pas als je dat weet, dus wat het beoogde doel is, kun je gaan nadenken over de juiste oplossing: ‘Wat is er nodig?’
  • En pas als je weet wat er nodig is, kun je kijken welke technologie dat ondersteunt.

Als je hier een goed beeld van hebt en je dus weet of er een meer formele of meer informele leeromgeving nodig is, meer netwerkachtig, of meer taak- of inhoudgedreven….. dán kun je over een hele serie volgende vragen na gaan denken, zoals:

  • Wanneer is het dan succesvol?
  • Waar in de organisatie kan dit initiatief het best worden belegd?
  • En wie zijn er dan nodig om het initiatief aan te jagen, op gang te brengen en te houden?

Woordenboekje

In de sociale wetenschappen in het algemeen maar ook in beroepen en domeinen in ontwikkeling, gebruikt iedereen dezelfde begrippen maar verstaan ze er iets anders onder. De tijd dat ik daar last van had, ligt al lang achter me. Ik zorg altijd dat ik mijn eigen woordenboek op orde heb, en het gesprek aan kan gaan met collega’s en klanten die een ander woordenboek hanteren. Dan kom je er meestal wel uit, zonder welles-nietes en zonder Babylonische spraakverwarring. Social learning is dus voor mij een begrip dat:

  • Op een continuüm zit in de schaal formeel-informeel leren maar waarvan de deelnemers in elk geval intentioneel willen leren, en daarom participeren.
  • Voor intentioneel leren een noodzakelijke taak, vraag of uitdaging is die op een gegeven moment klaar is en kan worden afgerond.
  • Gestoeld is op de connectivisme en constructivisme.
  • Meer netwerkgebaseerd is dan taak- of inhoudgedreven, en waarin mensen op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid van elkaar en met elkaar leren en samenwerken aan een taak.
  • Wel initiatiefnemers kent, ingebed wordt in een organisatie of context en waarin ook een aantal rollen (een ‘technologiesteward’, een moderator etc) vervuld worden met als doel het proces op gang te houden.
  • Dat ondersteund kan worden met social media.

Mijn vraag

Gebruiken jullie een woordenboekje en zo ja, hoe ziet die eruit?

Geplaatst in: Blogs, Home
Marguerithe de Man

Over de Auteur:

Marguerithe de Man werkt bij Sioo als programmamanager: een schaap met 5 poten. Zij houdt zich bezig met de inhoud van programma’s (organisatie-, verander- en interventiekunde), met het ontwerp en de realisatie ervan en met het managen van de tijdelijke werksystemen die daarbij horen. Bovenal typeert zij zich als ontwerper, blijkt ook haar dit jaar verschenen boek ‘De ontwerpfactor, werkboek design thinking voor de veranderaar’. Marguerithe heeft zich de afgelopen tijd veel bezig gehouden met de mogelijkheden van social media bij leren en veranderen en met name die ervaring zal ze hier delen.

Plaats een reactie

Please insert the signs in the image:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF